Note 19 — Zevende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Hierop baande hij zich met de Persen een weg door de menigte, nu eens een naakt kind, dan weer eene taankleurige vrouw op zijde duwende, en keerde spoedig terug met een priester, die de vreemdelingen in het voorhof des tempels voerde. Hier stond een man in priestergewaad, tusschen onderscheidene kisten en kasten. Twee Mooren knielden naast hem op den grond. Deze Libyër19, een reusachtige kerel, met zeer buigzame ledematen en vurige zwarte oogen, hield een blaasinstrument in den vorm onzer klarinet in de hand; om zijne borst en zijne armen kronkelden zich ettelijke, in Egypte als vergiftig bekende slangen.