Note 17 — Zevende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Toen zij eindelijk nabij de doodenstad op een open, door de kramen der handwerkslieden17 omgeven plein waren gekomen, hoorde men op eens door de nog steeds volgende menigte een luid geschreeuw aanheffen. De kinderen juichten, de vrouwen gilden, en eene stem die boven alle andere hoorbaar was brulde: »Komt herwaarts in het voorhof des tempels, om de werken van den grooten toovenaar te zien, die uit de oasen in het westen van Libyë geboortig is, en door Choensoe, den uitdeeler van goede vindingen, en de groote godin Hekt met alle wonderkrachten is toegerust!”18