← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 6 — Zevende hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Dat geve de godin van Saïs, de groote Neith!” riep de priester op plechtigen toon.—»Laat mij thans echter alleen, mijn zoon,” vervolgde hij minzaam, »ik ben zeer vermoeid van het langdurig bidden, want ik gevoel dagelijks meer den last mijner jaren. Stel het ombrengen van Phanes zoo lang uit, als het u mogelijk is, ik zou hem gaarne spreken voor hij sterft.—Toch nog iets! Gisteren is er eene bende Ethiopiërs hier binnengetrokken. Deze lieden verstaan geen woord Egyptisch of Grieksch. Onder de leiding van een vertrouwd man, die den Athener en de plaatselijke gesteldheid kent, zullen zij de meest geschikte werktuigen zijn, om den veroordeelde uit de wereld te helpen, daar hunne onbekendheid met de taal en met de toedracht der zaak alle verraad of geklap onmogelijk maakt. Vóor hun vertrek naar Naucratis mag deze lieden niets omtrent het doel van den tocht ter ooren komen. Is de zaak afgeloopen, dan zenden wij hen naar Koesch6 terug. Een geheim, merk dit wel op, dat meer dan éen weet, is reeds voor de helft verraden. Vaarwel!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings