Note 10 — Zevende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De gedenkteekenen en koningslijsten bewijzen, dat ook vrouwen konden regeeren. De echtgenoot van eene kroonprinses, werd door haar koning. Vorstinnen hadden haar eigen inkomen, en wanneer zij na haren dood onder de godinnen werden opgenomen, hare eigene priesterschap. Kortom, uit alle getuigenissen blijkt, dat de vrouwen bij de Egyptenaars gelijke rechten hadden als de mannen.