Note 11 — Zevende hoofdstuk
Hendrik Cornelis Rogge translation
»Alzoo zong die wonderbare stem, tevens meldende, dat het lijk van den god naar Gebal11 in Phoenicië was gedreven. De zoon van Neithotep, die bij mij gebleven was, noemde dit gezang, dat mij in de ziel greep, ‘den wind van het gerucht’.