Note 2 — Zevende hoofdstuk
Hendrik Cornelis Rogge translation
»Beoordeel hem niet te hard,” riep Bartja, terwijl hij de hand van den grijsaard vatte. »Mijn broeder is nooit onrechtvaardig geweest en het is niet in hem opgekomen, mij mijn geluk,—want als verdienste moet gij mij dien aanval op het juiste tijdstip niet toerekenen,—te benijden. Gij weet, dat hij mij na den slag deze prachtige sabel, honderd edele rossen en een gouden handmolen2 schonk, als belooning voor mijne dapperheid!”