Note 1 — Zevende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Twee uren later stonden Bartja en zijne vrienden voor den koning. Doodsbleek en met holle oogen zat de sterke man op zijn gouden zetel, waarachter twee lijfartsen, die allerlei vaatwerk en instrumenten in de handen hielden, stonden. Cambyzes toch was eerst voor eenige minuten weer tot zijn bewustzijn gekomen, nadat hij langer dan een uur, onder een aanval dier vreeselijke krankheid, die lichaam en ziel beiden uitput en sloopt, en die wij met den naam van vallende ziekte of epilepsie bestempelen, had neergelegen. Sedert de aankomst van Nitetis was hij van zulke aanvallen verschoond gebleven, maar heden had de ziekte, tengevolge van gemoedsbewegingen van de laatste uren, hem met vernieuwde woede aangegrepen1.