Note 2 — Zesde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Alle ceremoniën waren nu afgeloopen, en de maaltijd nam dus een aanvang.—Vóor den koning lag in een gouden korf een reusachtige granaatappel ter grootte van een kinderhoofd2, door andere vruchten sierlijk omgeven. Thans merkte hij dezen op. Met het oog van een kenner beschouwde hij de zeldzaam schoone en groote vrucht, en vroeg: »Wie heeft dezen kolossalen appel gekweekt?”