← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 1 — Vijfde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Dat weet ik maar al te goed, mijn lammetje! Uw vader was een magiër, en uwe moeder de dochter van een magiër. Beiden stierven vroeg, en gaven u over aan de zorg van den destoer Ixabates, den vader van den opperpriester Oropastes, die u met zijne kinderen liet opgroeien. Toen gij uwe eerste oorringen hadt ontvangen, raakte de broeder van Oropastes, Gaumata1—nu, nu, gij behoeft niet zoo rood te worden, Gaumata is een mooie naam,—op uwe fijne koontjes verliefd, en hoewel hij nog slechts negentien jaren telde, wilde hij u maar dadelijk tot vrouw nemen. Gaumata en Mandane, of dat ook schoon klinkt! Mandane en Gaumata! Als ik een dichter was, dan moest mijn held Gaumata, en zijne liefste Mandane heeten.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings