← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 18 — Vierde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

De beide grijsaards zetten zich neder onder het lommer van eene breedgetakte sykomore, niet ver van een reusachtig bekken uit rood graniet gehouwen, waarin krokodillen van zwart bazalt, uit wijdgeopende muilen, een overvloed van kristalhelder water spoten. Was de onttroonde koning ook al eenige jaren ouder dan de machtige vorst aan zijne zijde, zijn gelaat was toch veel frisscher en zijne gestalte veel krachtiger dan die van Amasis. Deze, ofschoon overigens hoog gebouwd, ging reeds gebogen; de beenen die zijn groot lichaam droegen waren bijzonder schraal; zijn aangezicht was welgevormd, maar reeds gerimpeld. Een jeugdig vuur straalde nog altijd uit zijne kleine, bliksemende oogen, en een schalke, ja dikwerf spotachtige trek speelde voortdurend om zijne dikke lippen. Het lage doch breede voorhoofd van den grijsaard en zijn groote, schoongewelfde schedel getuigden van de kracht zijns geestes18. De afwisselende kleur van zijn oog liet vermoeden, dat deze zeldzame man, die zich van gemeen soldaat tot den troon der pharao’s had weten te verheffen, groote schranderheid bezat, doch ook de macht der hartstochten kende. Zijn stemgeluid was hard en snijdend, zijne bewegingen waren, in tegenstelling met de afgemetenheid van den geheelen Egyptischen hofstoet, bijkans overdreven levendig.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings