← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 14 — Vierde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Ik verzeker u, Poehor, en ook de opperpriester heeft het gezegd, dat deze indringers niets dan onheil over het zwarte land14 brengen! Och, konden wij dien goeden ouden tijd nog eens beleven, toen geen vreemdeling, die zijn leven liefhad, den voet op Egyptischen bodem durfde zetten. Thans wemelen letterlijk onze straten van Hebreeuwsche bedriegers, maar vooral van die onbeschaamde Hellenen, die de Goden mogen verdelgen. Daar, zie eens aan, dat is reeds de derde bark vol vreemdelingen. En weet gij, wie die Persen zijn? De opperpriester heeft gezegd, dat in hun gansche rijk, hetwelk de halve wereld omvat, geen enkele tempel is voor de goden. Zij laten de lijken hunner dooden, in plaats van ze eene eervolle begrafenis te gunnen, door de honden en gieren opeten15.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings