← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 27 — Tweede hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Bij deze laatste woorden verdween de blos der vreugde van de wangen des oversten, en zijne oogen gloeiden niet meer van zelf bewusten trots, maar van toorn, toen hij uitriep: »Hoe, ik zou mij verheugen, dwaze Kallias? Ik kan van spijt mijne tranen nauwelijks bedwingen, als ik bedenk, dat een afstammeling van Ajax in staat is, zijn welverdienden roem zoo schandelijk aan de voeten van den overweldiger neêr te leggen.—Ik zou naar mijn vaderland wederkeeren? Neen! ik zweer bij Athene, bij vader Zeus en Apollo, dat ik liever in den vreemde zal verhongeren, dan een voet te zetten op den geliefden grond, zoo lang Pisistratus mijn vaderland in slavernij doet zuchten. Ik ben zoo vrij als een adelaar in de wolken, nu ik uit den dienst van Amasis ontslagen ben; maar liever werd ik in een vreemd land de slaaf van een boer, dan in het land mijner geboorte de eerste dienaar van Pisistratus. Ons, den adel, komt de heerschappij over Athene toe; Cimon echter heeft, door zijn krans aan de voeten van Pisistratus neer te leggen, de rechten van den tyran erkend, en zichzelf als slaaf gebrandmerkt. Ik, Phanes, en dat zal ik Cimon zelf doen weten, bekommer mij bitter weinig over de genade van den tyran; ja, ik wil balling blijven, totdat mijn vaderland weder vrij is geworden, en adel en volk wederom zichzelven regeeren, zichzelven wetten geven! Phanes huldigt den verdrukker niet, ook al kropen alle Philaïden en Alkmaeoniden, ja zelfs uw geslacht, Kallias, de rijke Daduchen27, voor Pisistratus in het stof!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings