← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 15 — Tweede hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Cambyzes gaf den ouden man een teeken, en deze las nu, met eene zoo luide en heldere stem, als niemand uit zulk een gebrekkig lichaam zou verwacht hebben, het navolgende: »Op den vijfden dag der maand Toth15 werd ik bij den koning ontboden. Ik was daarop voorbereid, want de koningin lag reeds in barensweeën. Met mijne hulp beviel zij voorspoedig van een zwak dochterken.—Toen de min het kindje had overgenomen, bracht Amasis mij achter het voorhangsel, dat het slaapvertrek zijner gemalin in tweeën scheidde. Daar lag eene tweede zuigeling, waarin ik het kort te voren ter wereld gekomene kind van Hophra’s weduwe, die op den derden dag van Toth onder mijne handen gestorven was, herkende. De koning wees op het sterke, goed ontwikkelde kindje, en zeide: »Dit is een ouderloos schepseltje. Daar de wet gebiedt, dat men zich over de verlatene weezen moet ontfermen16, zoo hebben Ladice en ik besloten dit meisje op te voeden, als ware zij onze eigene dochter. Nu is er ons veel aan gelegen, dat de waarheid voor het volk en voor het kind zelf geheim blijve. Daarom verzoek ik u het diepste stilzwijgen in acht te nemen, en te verbreiden dat Ladice mij tweelingen heeft geschonken. Zijt gij ons hierin ter wille, zoo ontvangt gij nog heden vijf duizend gouden ringen, en jaarlijks zoolang gij leeft het vijfde van die som. Ik boog, zonder een woord te spreken, gebood alle aanwezigen de kraamkamer te verlaten, en riep hen eenige oogenblikken later terug, om de mededeeling te doen, dat Ladice van eene tweede dochter verlost was. Het eigenlijke kind van Amasis ontving den naam Tachot, het ondergeschovene werd Nitetis geheeten.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings