← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 14 — Tweede hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Op den bepaalden tijd stonden de opgeroepene personen voor den koning. De gewezen opperpriester Onoephis was een grijsaard van tachtig jaren, wiens beenderig hoofd volkomen op een doodshoofd zou hebben geleken, zoo niet zijne twee groote grijze oogen, vol geest en gloed, de leden der vergadering hadden aangestaard. Daar zijne verlamde leden hem niet gedoogden te staan, zat hij vóor den koning in een leunstoel en hield een groote papyrusrol in zijne vermagerde hand. Zijne kleeding was, gelijk het een priester betaamde, wit als sneeuw, doch hier en daar gescheurd en gelapt. Voorheen was hij misschien groot en slank van gestalte geweest; thans was hij echter onder den last der jaren, en tengevolge van lijden en ontberingen, zoo gebogen en ineengekrompen, dat zijn lichaam zich dwergachtig klein, zijn hoofd zich daarentegen onnatuurlijk groot vertoonde. Naast dezen vreemden man stond Nebenchari, die de kussens, welke ’s mans rug steunden, te recht schikte. De arts eerbiedigde in hem niet alleen den in alle mysteriën ingewijden opperpriester, maar ook den hoogbejaarden grijsaard14. Ter linkerzijde van den oude stonden Phanes, Cresus, Darius en Prexaspes.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings