← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 9 — Tweede hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Naardien Cambyzes, het oog der wereld en de zon der gerechtigheid, in zijne zachtmoedigheid, die even uitgestrekt is als de hemel en even onuitputtelijk als de zee, ons bevolen heeft, de misdaad van den magiërszoon Gaumata niet met de strengheid van den rechter, maar met de toegevendheid eener moeder te beoordeelen en te bestraffen, zoo hebben wij, de zeven rechters van het rijk, besloten, hem het leven, dat hij verbeurd had, te schenken. Daar echter door de lichtzinnigheid van dezen jongeling de aanzienlijksten en edelsten van het rijk in levensgevaar hebben verkeerd, en het zeer wel mogelijk zou zijn dat hij zijn aangezicht en zijne gestalte,—welke de goden, in hunne gunst en genade, aan het gelaat en de houding van den edelen zoon van Cyrus, Bartja, zeldzaam gelijkend hebben gemaakt,—nogmaals tot schade der reinen en rechtvaardigen misbruikte, hebben wij besloten zijn hoofd zoodanig te misvormen, dat de onwaardigste in het rijk lichtelijk van den waardigste zal kunnen worden onderscheiden. Daarom zullen, volgens den wil en op bevel des koning, Gaumata de beide ooren afgesneden worden9, ter eere der rechtvaardigen en tot schande van den onreine!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings