Note 7 — Tweede hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
In het Doodenboek (Zie Warda, Dl. II, bl. 3 v.) wordt eene beschrijving gegeven van de ziel, waarvan het hart gewogen en geoordeeld wordt. De rede die zij houdt, wordt hare negatieve rechtvaardiging genoemd. Deze rechtvaardiging is dubbel merkwaardig, omdat men daarin de geheele Mozaïsche zedenwet vindt. De ziel verzekert voor de twee-en-veertig doodenrechters, dat zij de twee-en-veertig doodzonden niet heeft begaan. Ook Pythagoras, die veel aan de Egyptenaren ontleende, gebood: dat men zijn hart niet moest verteren, m. a. w. zich voor berouw wachten.