Note 3 — Tweede hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De Perzische tuinen waren door de geheele oudheid beroemd en werden, naar het schijnt, veel vrijer en ongedwongener aangelegd dan de Egyptische. Zelfs de koningen stelden er eene eer in zich met den tuinbouw bezig te houden, en de voornaamste Achaemeniden waren gewoon schoone parken, die zij paradijzen noemden, met bijzondere zorg aan te leggen. Hunne voorliefde voor slanke gewassen ging zoo ver, dat Xerxes een bijzonder schoonen plataan, dien hij op weg naar Griekenland aantrof, met een gouden sieraad tooide. Firdausi, de grootste epische dichter van Perzië kent geen hooger lof voor de menschelijke schoonheid dan het epitheton: “rank als eene cypres.”