← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 9 — Tweede hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»En dan,” zeide Cresus, »is men ook niet van meening u de godheid te ontnemen; men stelt ze u slechts onder een anderen naam voor. Want evenals de waarheid zichzelve eeuwig gelijk blijft, of gij ze als de Egyptenaren ‘Maa,’ dan wel als de Hellenen ‘Aletheia’ noemt, zoo verandert ook het wezen der waarheid nooit en nergens.—Zie, mijne dochter, ik zelf heb, toen ik nog koning was, met ongeveinsden eerbied aan den Helleenschen Apollo geofferd, en begreep met deze godsdienstige hulde den Lydischen zonnegod Sandon niet te beleedigen. De Joniërs aanbidden met geheel hun hart de Aziatische Cybele9. En thans, nu ik een Pers ben geworden, hef ik mijne handen op tot Mithra, Aoeramazda en de schoone Anâhita10. Pythagoras, wiens leeringen ook u niet vreemd zijn, aanbidt slechts éene godheid. Hij noemt haar Apollo, daar zij, evenals de Helleensche zonnegod, de oorsprong is van het reine licht en van al wat schoon is en wel luidt. Xenophanes van Colophon11 eindelijk spot met het veelgodendom van Homerus, en erkent ook slechts éene godheid, namelijk: de rusteloos voortbrengende natuurkracht, wier wezen de gedachte, het verstand en de eeuwigheid is. Uit haar is alles voortgekomen. Zij is de kracht, die zich zelve eeuwig gelijk blijft, terwijl de stoffelijke schepping onder bestendige afwisseling zich volmaakt en vernieuwt. Dat onweerstaanbaar en smachtend verlangen in onzen boezem naar een hooger wezen boven ons, dat ons steunen kan, wanneer onze eigene krachten ontoereikend blijken; dat onverklaarbare gedreven worden naar een stilzwijgenden vertrouwde, wien wij van het lijden en al de zaligheid van ons hart deelgenoot kunnen maken; de dankbaarheid, die wij ondervinden bij de aanschouwing dezer schoone wereld, en van al het goede dat ons deel is, noemen wij vroomheid.—Laat dat gevoel in u blijven leven, maar vergeet niet, dat niet de Egyptische, niet de Grieksche, niet de Perzische goden, allen op zichzelve staande, de wereld regeeren, maar dat zij allen éen zijn; dat eene ondeelbare godheid, hoe onderscheiden men haar ook moge noemen en voorstellen, het lot aller volkeren en menschen bestuurt.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings