Note 5 — Tweede hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De eunuch nam de houding aan van een nederigen slaaf, en overstelpte haar met een stroom van bloemrijke vleierijen, haar met de zon, den sterrenhemel, eene reine bron van geluk en een rozengaard vergelijkende. Nitetis verwaardigde zich niet, hem met een enkel woord te antwoorden, en trad met een kloppend hart het vertrek van de moeder des konings binnen. Voor de vensters hingen gordijnen van groene Indische zijde, die de heldere stralen der middagzon temperden, en in het vertrek een, voor de oogen der blinde weldadig schemerdonker verspreidden. De vloer was met een zwaar Babylonisch tapijt bedekt, waarin de voeten als in mos wegzonken. Het bekleedsel der muren bestond uit een mozaïek van ivoor, schildpad, goud, zilver, malachiet, lazuursteen, ebbenhout en barnsteen. De zittingen der gouden zetels waren met leeuwenhuiden overtrokken, en de tafel, die naast de blinde stond, was van zuiver zilver. Cassandane, gekleed in een vioolkleurig, rijk met zilver bestikt gewaad, zat in een kostbaren leuningstoel. Over hare sneeuwwitte haren hing een lange sluier van de fijnste Egyptische kant, welks lange slippen om haren hals geslagen en onder de kin in een grooten strik vereenigd waren5. Het door den kanten doek omlijste gelaat der blinde, die tusschen de zestig en zeventig jaren oud scheen te zijn, was bijzonder regelmatig gevormd, en getuigde niet alleen van een verheven geest, maar ook van goedheid des harten en van warme menschenliefde. De blinde oogen der grijze vrouw waren gesloten, maar wie haar aanzag, stelde zich ongetwijfeld voor een paar zachte en vriendelijke sterren te zullen zien lichten, indien zij zich openden. Te oordeelen naar de houding en de grootte, terwijl zij gezeten was, had zij eene rijzige gestalte. Haar geheele voorkomen was de weduwe van den grooten en goeden Cyrus volkomen waardig.