Note 4 — Tweede hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
»O, volstrekt niet; die arme jongens hebben het heel kwaad. Zij moeten op den harden grond slapen, en vóor het opgaan der zon weder op de been zijn. Hun voedsel bestaat uit brood en een weinig vleesch; hun drank is water. Wat wijn en toespijs is, weten zij niet eens. Menigmaal moeten zij, zelfs dagen achtereen, zonder eenige noodzakelijkheid, honger en dorst lijden, om hen aan ontberingen te gewennen, zoo men zegt. Wonen wij te Pasargadae of te Ekbatana4, dan kunnen zij zich verzekerd houden, ook bij de grootste koude naar ’t bad gebracht te zullen worden. Zijn we daarentegen hier of te Susa, dan laat men hen, hoe sterker de zon brandt, des te moeielijker marschen maken.”