Note 4 — Tiende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
De kroonprins beet zich de lippen aan bloed, om voor de hem omringende dienaars zijne woede te verbergen. De wensch van zijn vader, den koning, was in Egypte even verbindend als het strengste bevel. Eenige oogenblikken stond hij in diep gepeins. Daarop riep hij om jagers, honden, bogen en lansen, sprong op een lichten wagen, en deed zich door zijn wagenmenner in het westelijk gelegene moerasland brengen, om daar, terwijl hij de bewoners der wildernis met honden en werpspietsen vervolgde4, te vergeten wat zijn hart benauwde, en op de dieren zijne verijdelde wraak te verhalen.