Note 9 — Negende hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
»Intusschen was Bartja uit den strijd teruggekeerd. Nu kwam het er op aan de ijverzucht van den koning opnieuw te doen ontbranden, en de Egyptische met een enkelen slag te doen vallen. Door uwe vernedering wekte ik den wrevel uwer bloedverwanten jegens de Egyptische op en maakte verder alle toebereidselen tot de groote onderneming. Het lot was mij bijzonder gunstig. Gij weet hoe, geheel buiten mijn toedoen, bij gelegenheid van den feestmaaltijd, Nitetis zich aanstelde. Maar gij weet niet, dat zij dienzelfden avond een tuinmansjongen met een brief tot Bartja in den koningsburcht zond. De onhandige bode liet zich betrappen, en werd in dien eigen nacht, op bevel van den woedenden koning, een hoofd kleiner gemaakt. Ik droeg intusschen zorg, dat Nitetis zoo geheel van alle gemeenschap met hare vrienden verstoken bleef, dat zij als in het nest van den Simurg9 leefde. Het overige weet gij!”