← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 7 — Negende hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Phaedime sprong nu van het rustbed op, dat zij met Boges had gedeeld, stampte met den voet en ging te keer als een kind, dat om de vervulling van zijn wensch dwingt. Den eunuch scheen haar woeden en razen ontzaglijk te vermaken, want hij wreef zich onophoudelijk de handen, lachte dat hem de tranen langs de bolle wangen biggelden, en ledigde verscheidene bekers wijn op de gezondheid der gemartelde schoone, alvorens hij op deze wijze zijn verslag vervolgde: »Het was voor mij niet geheim gebleven, dat Cambyzes zijn broeder Bartja, die de Egyptische hierheen had geleid, enkel en alleen uit ijverzucht tegen de Tapoeren zond. Doch de hoogmoedige vrouw, wie ik niets bevelen mocht, scheen naar mij docht, even weinig aan den schoonen knaap te denken, als een Jood aan varkensvleesch, of een Egyptenaar aan witte boonen7. Desniettemin besloot ik de ijverzucht van den koning aan te wakkeren, door de onbeschaamde, wie het scheen te zullen gelukken ons beiden uit de gunst van Cambyzes te verdringen, onschadelijk te maken. Maar ik zocht lang tevergeefs naar een deugdelijk plan.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings