← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 2 — Elfde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Het meisje gehoorzaamde, doch zette zich, in plaats van zich ter rust te begeven, aan het open venster, dat haar het uitzicht gaf op de hangende tuinen. Met betraande oogen tuurde zij naar het huis tegenover haar, waarin thans hare vriendin, hare zuster, eenzaam, verlaten, verstooten, een smadelijken dood verbeidde. Plotseling scheen, door eene buitengewone inspanning van den wil, haar door tranen verduisterd oog opnieuw te verhelderen. Het staarde niet meer in de onbegrensde ruimte, maar vestigde zich onafgewend op een zwart punt, dat uit de richting van de woning der Egyptische, van oogenblik tot oogenblik grooter en beter te onderscheiden, recht op haar aankwam, en zich eindelijk op eene cypres voor haar venster neerliet. Opeens verdween de toornige uitdrukking van haar liefelijk gelaat; voor de eerste maal sedert vele uren kon zij met verruimde borst ademhalen. Zij klapte in de handen en riep uit: »O, zie! daar is de vogel Homaï2, de geluksvogel! Nu zal zich alles ten beste schikken!”—Dezelfde paradijsvogel, welks verschijning in het hart van Nitetis zulk een troostenden balsem had uitgestort, schonk ook Atossa nieuwe hoop.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings