← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 30 — Eerste hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Het huis van Rhodopis30 was in Griekschen stijl gebouwd. De buitenzijde van het slechts éene verdieping hooge lange gebouw was, ten minste naar onze begrippen van bouwkunst, hoogst eenvoudig. Bij de inwendige inrichting had men echter de schoone Grieksche vormen aan de Egyptische kleurenpracht weten te paren. Door de breede hoofddeur kwam men in het voorportaal. Dan zag men, ter linkerzijde eene groote eetzaal, waarvan de vensters het uitzicht hadden op de rivier. Tegenover deze was de keuken, waarvoor slechts in de woningen der rijke Hellenen eene ruimte was afgezonderd, daar de minder vermogenden hunne spijzen aan den haard in het woonvertrek plachten te bereiden. De receptie-zaal bevond zich vlak tegenover de hoofddeur, en vormde een zuiver vierkant, dat door een zuilengang omgeven was, waarop onderscheidene vertrekken uitkwamen. In het midden dezer zaal, die bestemd was voor de mannen, brandde op een sierlijken metalen haard, in den vorm van een altaar, door een Aeginaetisch kunstenaar vervaardigd31, het huiselijk vuur. Over dag ontving deze zaal haar licht door eene groote opening in het dak, door welke tegelijk de rook van het haardvuur een uitweg vond. Aan het einde van deze zaal, tegenover het voorportaal, bevond zich een gang, die door eene zware deur was afgesloten, en naar het groote, slechts aan drie zijden door zuilen omgeven vrouwenvertrek geleidde. Hier vertoefden de bewoneressen van het huis, wanneer zij niet aan het spinrokken of voor het weefgetouw zaten in de zijvertrekken, die op de hoogte van de zoogenaamde tuin- of achterdeur gelegen waren. Tusschen deze en de vertrekken, die het vrouwenvertrek ter linker- en rechterzijde begrensden en tot huishoudkamers waren ingericht, lagen de slaapzalen, in welke tegelijk de schatten van het huis bewaard werden. De muren der mannenzaal waren met roodachtig bruine verf beschilderd, waartegen de witte marmeren beelden en groepen, alle geschenken van een kunstenaar op Chios, in scherpe omtrekken zeer goed uitkwamen. De ingelegde vloer was schoon van teekening en kleur. Langs de zuilen waren lage met pantervellen overtrokkene matrassen nedergelegd, en in de nabijheid van den kunstig bearbeidden haard stonden bijzonder fraaie Egyptische leunstoelen en fijn besnedene tafeltjes van thyahout32, op welke allerlei muziekinstrumenten, als eene luit, een cyther en een phorminx33 lagen. Aan de wanden hingen talrijke met kiki-olie34 gevulde lampen van onderscheidene vormen: deze had de gedaante van een vuurspuwenden dolfijn, gene die van een vreemd gevleugeld monster, welks muil stralen uitschoot, terwijl allen hun licht met den gloed van het haardvuur vereenigden.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings