Note 23 — Eerste hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
»De broeder der dichteres, die tot nog toe onder de vele vreemdelingen te Naucratis onopgemerkt was gebleven, verwierf op eenmaal door Rhodopis een groote vermaardheid. In zijn huis verzamelden zich om harentwille alle vreemdelingen, die haar met geschenken overlaadden. Koning Hophra23, die veel van hare schoonheid en haar verstand gehoord had, liet haar naar Memphis komen, en wilde haar van Charaxus koopen. Deze echter had haar reeds lang de vrijheid geschonken, en beminde haar te vurig, dan dat hij zich van haar zou hebben kunnen scheiden. Wederkeerig had ook Rhodopis den schoonen Lesbiër hartelijk lief, zoodat zij niets liever wenschte dan bij hem te blijven, in weerwil van de schitterende aanbiedingen, die haar van verschillende zijden gedaan werden. Ten laatste verhief Charaxus de merkwaardige vrouw tot den rang zijner wettige gade, en bleef met haar en haar dochtertje Kleïs te Naucratis, tot Pittacus de ballingen in het vaderland terugriep. Nu stevende hij met zijne vrouw naar Lesbos. Op de reis derwaarts werd hij ziek, en kort na zijne aankomst op Mytilene stierf hij. Sappho, die aanvankelijk haren broeder om zijn dwaas huwelijk bespot had, werd zeer spoedig de vriendin der schoone weduwe. Zij toonde een ongeveinsde bewondering voor deze vrouw, en wedijverde met haren vriend Alcaeus, om Rhodopis in hartstochtelijke liederen te bezingen.