← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 10 — Eerste hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

»Gisteren heb ik hem gesproken. Gelijk gij weet, is hij opperpriester te Heliopolis geweest; vandaar dat hij in al uwe geheimen is ingewijd. Mijn wijze landgenoot Pythagoras van Samos kwam indertijd naar Egypte, en na zich aan eenige uwer ceremoniën te hebben onderworpen, kreeg hij verlof het onderricht der priesterkaste van Heliopolis bij te wonen. Hij won door zijne buitengewone geestesgaven en zijne uitstekende hoedanigheden de liefde van den edelen Onoephis, werd door hem met alle mysteriën10 bekend gemaakt, en wist deze dienstbaar te maken aan de ontwikkeling der menschheid. Ik zelf en mijne voortreffelijke vriendin Rhodopis zijn er trotsch op, ons zijne leerlingen te mogen noemen. Toen het uwe medepriesters ter oore kwam, dat Onoephis de mysteriën verraden had, besloten de priesterlijke rechters hem ter dood te brengen. Hij zou moeten sterven door een vergif, dat men uit de pitten van den perzikboom kan bereiden. De veroordeelde vernam nog intijds welk lot hem verbeidde, en vluchtte naar Naucratis, waar hij in het huis van Rhodopis, van wier edel karakter Pythagoras hem veel had verhaald, eene door den vrijbrief des konings gewaarborgde schuilplaats vond. Hier maakte hij kennis met Antimenidas, broeder van den dichter Alcaeus van Lesbos, die jaren achtereen, tijdens hij op bevel van Pittacus, den wijzen heerscher van Mytilene, als balling buiten zijn vaderland omzwierf, te Babylon geleefd en onder Nebucadnezar, den toenmaligen koning van Assyrië, bij het leger gediend had. Deze Antimenidas verschafte hem aanbevelingsbrieven aan de Chaldeërs. Onoephis reisde naar den Euphraat, zette zich te Babylon neder en moest naar eene broodwinning omzien, daar hij in zeer bekrompene omstandigheden zijn vaderland verlaten had. Hij vond dan ook een middel van bestaan door de aanbeveling van Antimenidas. Op den huidigen dag nog voorziet hij, die eenmaal tot de machtigsten van Egypte behoorde, zij het ook op karige wijze, in zijn onderhoud, door de Chaldeërs, bij hunne sterrenkundige berekeningen op den toren van Bel, met zijne uitgebreide kennis, die hunne wetenschap verre overtreft, behulpzaam te zijn. Onoephis is bijkans tachtig jaren oud, maar nog volkomen helder van geest. Toen ik hem gisteren sprak en zijne hulp inriep, zeide hij mij die toe met oogen, die van blijdschap straalden. Uw vader was een zijner rechters; maar wel verre van zijn haat van den vader op den zoon over te dragen, laat hij u door mij groeten.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings