← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 4 — Eerste hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Intusschen was Nebenchari reeds weder op weg naar het sterfbed der Egyptische. Bij de metalen poort in den muur, die den tuin van het vrouwenverblijf scheidde van de hoven bij het groote paleis, trad een in het wit gekleed grijsaard op hem toe. Nauwelijks zag hij dezen, of hij deed een paar schreden achterwaarts, en staarde die hooge, magere gestalte aan als ware zij eene geestverschijning. Doch daar de oude hem vertrouwelijk en vriendelijk toelachte, verhaastte hij weder zijne schreden, stak hem de hand toe met eene hartelijkheid, waarvoor geen zijner Perzische bekenden hem vatbaar zou hebben geacht, en riep in het Egyptisch: »Mag ik mijne oogen gelooven?! Oude Hib4, gij hier in Perzië? Eer had ik kunnen verwachten den hemel te zien instorten, dan dat ik mij met het vooruitzicht zou hebben durven vleien u hier aan den Euphraat te zullen wederzien! Maar zeg mij spoedig in Osiris’ naam, wat u, oude ibis, heeft kunnen bewegen, uw warm nest aan den Nijl te verlaten, en de verre reis naar het Oosten te ondernemen?”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings