Note 2 — Eerste hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Aldus trok Bartja naar den vreemde, zonder een schijn van zekerheid te hebben betreffende de toekomst van het hem zoo dierbare paar. Cresus beloofde ook hier als bemiddelaar te zullen optreden, en bracht Bartja kort vóor zijn vertrek met Phanes in aanraking. De jongeling behandelde den Athener, van wien hij uit den mond zijner geliefde niets dan schoons en goeds had vernomen, uiterst minzaam, en won spoedig de genegenheid van den aan ondervinding zoo rijken man, die hem menigen nuttigen wenk gaf, en een aanbevelingsbrief2 aan den Milesiër Theopompus te Naucratis. Hij verzocht hem eindelijk om een mondgesprek onder vier oogen. Toen Bartja met den Athener in den vriendenkring wederkeerde, scheen hij over iets gewichtigs te denken en was er aanvankelijk op zijn gelaat hooge ernst te lezen; maar weldra had hij de zorgen van zich gezet, en schertste hij met de aanwezigen, terwijl de afscheidsbeker vroolijk geledigd werd.