← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 26 — Eerste hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

De vrouwen die haar volgden, wierpen zich op eerbiedigen afstand ter aarde. Toen het meisje inmiddels voortging den wedergekeerde met liefkoozingen te overladen, riep Cambyzes: »Schaam u, Atossa! Bedenk dat gij, sedert gij de oorringen draagt26, opgehouden hebt, een kind te zijn. Ik heb er niets tegen, dat gij u verblijdt over de behoudene wederkomst van uw broeder; maar zelfs te midden der vreugde mag eene koninklijke jonkvrouw de betamelijkheid niet uit het oog verliezen. Maak thans, dat gij weder bij uwe moeder komt! Daar ginds zie ik uwe dienstmaagden. Ga, en zeg haar, dat ik u ter wille van dezen vreugdedag ongestraft zal laten. Waagt gij ’t echter andermaal tot deze plaats door te dringen, die voor iederen ongeroepene gesloten is, zoo zal ik Boges last geven u twaalf dagen lang op te sluiten. Onthoud dit, gij wildzang, en zeg aan onze moeder, dat ik haar aanstonds met Bartja een bezoek zal brengen. Geef mij nu een kus!—Gij wilt niet? Zijt ge boos? Wacht maar, stijfhoofd!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings