← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 21 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

De menigte, die met ingehouden adem had geluisterd, sidderde voor het leven van den man, die zoo stout durfde spreken. Doch Cambyzes knikte hem minzaam toe, in plaats van toornig op te vliegen: »Ook ik herken u thans. Op dien dag bereedt gij een vuurrood ros, dat met gouden sieraden was bedekt. Wij Perzen, weten de dapperheid te waardeeren, ook in onze vijanden. Dat zult ook gij ondervinden! Mijne vrienden, nooit zag ik scherper zwaard of onvermoeider arm, dan van dezen man. Buigt u voor hem neder, want heldengrootheid verdient den eerbied van alle dapperen, onverschillig of zij zich bij vriend of bij vijand openbaart21.—Maar u, Massageet, raad ik, ijlings naar huis en haard terug te keeren, en u ten strijde uit te rusten, want de herinnering aan uw moed en uwe kracht prikkelt des te meer mijn verlangen, om met u te kampen. Sterke vijanden als gij, zijn mij, bij Mithra, liever dan zwakke vrienden! Ik wil u onverlet naar uw land laten trekken. Maar blijf niet te lang in mijne nabijheid, anders kon de gedachte aan de wraak, die ik mijns vaders ziel schuldig ben, mijn toorn wel eens doen ontwaken, en dan zou het einde uws levens niet verre zijn.”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings