Note 19 — Derde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Hen volgden de gezantschappen der Syriërs en Jonische Grieken. Het laatst van allen vertoonden zich mannen van woest uiterlijk en vreemden gelaatsvorm, in dierenhuiden gekleed. Hunne gordels, schouderbanden, boog-foedralen, strijdbijlen en lansspitsen bleken van ruw bearbeid, doch zuiver goud te zijn, en hunne hooge pelsmutsen waren met gouden sieraden overladen. Vóór hen ging een man in Perzische kleederdracht, wiens trekken echter bewezen, dat hij tot denzelfden stam behoorde, als de mannen die hem volgden19.