Note 17 — Derde hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Cambyzes sprak, minzaam of streng, naargelang hij voldaan was over de geschenken en de gehoorzaamheid van de vertegenwoordigde provincie, met de aanzienlijksten van ieder gezantschap. Toen het laatste, dat der Joden, zijn troon naderde, riep hij den Hebreërs, die door twee deftige mannen met scherpe trekken en langen baard werden voorafgegaan, een vriendelijk »halt” toe. De eerste van dezen was gekleed op de wijze als de voornaamste en rijkste Babyloniërs. De tweede droeg een uit éen stuk geweven, met schellen en kwasten behangen purperen kleed, dat door een gekleurden gordel van blauw, rood en wit bijéen werd gehouden, en een blauw schouderkleed. Om zijn hals hing een taschje met de heilige loten17, dat met twaalf in goud gevatte edelgesteenten, waarop de namen der stammen Israëls te lezen waren, prijkte. Een witte band, welks slippen tot over de schouders neervielen, bedekte het ernstige voorhoofd van den hoogepriester.