← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 15 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Zoo de optocht des konings naar de offerplaats reeds meer dan prachtig was geweest (achter den vorstelijken wagen toch had men vijfhonderd rijk getooide paarden geteld en de trein der gezanten had niet minder de verbazing van het geheele vergaderde volk opgewekt) de groote troonzaal bood nu een verblindend en tooverachtig schouwspel aan. Aan het einde dezer zaal verrees, op eene verhevenheid van zes treden, waarvan ieder twee gouden honden als schildwachten droeg, de vergulde troon, onder een purperen, door vier gouden met edelgesteenten bezette pijlers gedragen hemel, die wederom twee gevleugelde schijven, de Feruers15 des konings, torste. Achter den troon stonden dragers van struisveeren en waaiers, aanzienlijke hofbeambten; aan weerszijden zag men de dischgenooten, bloedverwanten en vrienden des konings, de grootwaardigheidsbekleeders van het rijk, de voornaamste priesters en eunuchen. De wanden en de zoldering van de geheele zaal waren bekleed met platen van gepolijst goud, en de vloer belegd met purperen tapijten. Gevleugelde stieren met menschenhoofden lagen als schildwachten vóor de zilveren deuren, en in het voorhof van het paleis stonden de lijfwachten gerangschikt, wier lansen met gouden en zilveren appels versierd waren. Zij droegen over hunne purperen rokken gouden pantsers, scherpe zwaarden in gouden, van edelgesteente fonkelende scheeden en hooge Perzische tulbanden. Te midden dier krijgers viel aanstonds de schaar der Onsterfelijken16 in het oog, die altijd bestond uit mannen van eene rijzige gestalte en kloeke houding.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings