← Table of contents
Eene Egyptische Koningsdochter

Note 2 — Derde hoofdstuk.

Hendrik Cornelis Rogge translation

Nebenchari, de oogarts, ging steeds voort met Cassandane te behandelen, en vermeed allen omgang met de Perzen, onder wie zijn somber, in zichzelf gekeerd karakter tot een spreekwoord was geworden. Men noemde aan het hof elken gelukkige: een Bartja, en elken ouden knorrepot: een Nebenchari. Hij sleet zijne dagen in de vertrekken van de moeder des konings, zonder een enkel woord te spreken, terwijl hij zich bezighield met het doorbladeren van groote papyrus-rollen, die hij het boek van Athothes2 noemde. Des nachts beklom hij meermalen, met verlof van den koning en van Tritantaechmes, den satraap3 van Babylon, eenen der hoogste torens op de muren, om de sterren gade te slaan.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings