Note 2 — Achtste hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Op den derden dag na den dood, zoodra de heldere zon opging, werden de zielen door de Diws gevoerd naar de brug Schinvât, om ondervraagd te worden over hetgeen zij gedacht en gedaan hadden. Daar kampen de beide hemelsche machten om de ziel. De zielen der vromen vinden steun bij de reine geesten Yazatas, en trekken zegepralend den hemel binnen. De zielen der boozen worden door den Diw Vîzareshô gebonden en naar de hel gesleept. Vgl. Tiele, a. w. bl. 251 v.