Note 5 — Achtste hoofdstuk.
Hendrik Cornelis Rogge translation
Cresus ademde nu weder vrijer. Nieuwe hoop bezielde hem, terwijl hij den brief ontrolde. Maar als hij die gelezen had, stonden er tranen in zijne oogen en zijne lippen fluisterden: »De sage van Pandora behelst dan toch waarheid, en ik heb geene reden meer mij te vertoornen op de dichters, die de vrouwen beschimpen5. Alle, alle zijn valsch en trouwloos!—O, Cassandane, hoe misleiden ons de goden. Zij schenken ons een hoogen ouderdom; maar alleen om ontbladerd te worden, gelijk de boomen als de winter nadert, en om ons te doen ondervinden, dat alles, wat wij voor goud hielden slechts koper is, dat hetgeen waarvan wij verkwikking en sterkte verwachtten, enkel gif bevat!”