Note 1 — Een spoorwegreis in Korea.
Reading edition
Des morgens ten 7 ure vertrok de trein van Pyeng Yang en kwam na vierdehalf uur aan de rivier Chung-chung, waar de baan ophield. De reizigers moesten met een schuit naar den overkant gebracht worden, doch de breede moerassige watervlakte was slechts bij springtij bevaarbaar, en daarom was men wel genoodzaakt den nacht aan deze zijde van de rivier door te brengen. Het dorp aan dezen terminus bestond slechts uit weinige huisjes, voornamelijk japansche, waaronder er twee of drie tot herbergen waren ingericht. Zij waren niet beter dan de gewone koreaansche herbergen; het onderscheid bestond hoofdzakelijk hierin, dat de japansche waard voor een schralen inlandschen maaltijd (rijst en visch) vijftig sèn rekende, en voor nachtlogies een yen.1