← Table of contents
Een Kapitein van Vijftien Jaar

Note 1 — Harris en Negoro.

Reading edition

“Goed, voor den duivel!” riep Harris uit, “ofschoon ’t hoe langer hoe moeilijker wordt voor den handel, althans op deze kust. Zoowel de Portugeesche overheden, als de Engelsche kruisers, maken den uitvoer lastig. Alleen in de omstreken van Mossamedés, ten zuiden van Angola, kan de inscheping der negers nog met eenige kans op succes geschieden. Ook zijn op dit oogenblik de loodsen opgepropt met slaven, die op schepen wachten om ze naar de Spaansche koloniën over te brengen. Ze over Benguela of St.-Paul de Loanda te vervoeren, is niet mogelijk. De gouverneurs verstaan geen reden meer, en de chefes1 evenmin. Men zal zich dus moeten wenden tot de factorijen in de binnenlanden en dat denkt de oude Alvez te doen. Hij zal zich naar den kant van Nyangwé en het Tanganyika-meer begeven, om daar zijn stoffen tegen ivoor en slaven in te ruilen. Met Boven-Egypte en de kust van Mozambique, die geheel Madagascar voorzien, gaan de zaken altijd goed. Maar weldra, vrees ik, zal de tijd komen, dat de slavenhandel een einde zal nemen. De Engelschen maken groote vorderingen in de binnenlanden van Afrika. De zendelingen gaan steeds vooruit en werken onze plannen tegen! Die vervloekte Livingstone zal, zegt men, na de streek der meren doorzocht te hebben, naar Angola gaan. Dan spreekt men van een luitenant Cameron, die plan heeft het vasteland van het oosten naar het westen over te steken. Men vreest dat de Amerikaan Stanley dit ook zal doen! Al die bezoeken zullen onze werkzaamheden zeer benadeelen, Negoro, en als we onze belangen goed begrijpen, dan moet geen van die pioniers naar Europa terugkeeren om te vertellen wat hij in Afrika al zoo gezien heeft!”

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings