Note 2 — Persoonlijke ervaringen bij ’t vestigen eener cultuuronderneming. (continued 2)
Reading edition
Nieuw Guinea, waarvan we door vroegere rechten van het Sultanaat Tidore het westelijk gedeelte bezaten, was, sedert Duitschers en Engelschen van het oostelijk gedeelte bezit hadden genomen, in concurrentie met deze mogendheden het troetelkind van de Hooge Regeering geworden, waardoor er verschillende belangrijke militaire posten waren gevestigd. Buitendien bloeide er in die dagen de paradijsvogeljacht, die er veel gereed geld in omloop bracht. Zoodoende trokken vele kleine Chineesche en Arabische handelaren, van heele families vergezeld naar dit land, om te trachten daar met de primitieve bevolking voordeelige zaken te doen. Zulk een boot, die naar de Papoea2 ging, wemelde dan ook, op het derde en vierde klasse dek, van mannen, vrouwen en kinderen, kisten, koffers en huisraad, waartusschen allerlei gedierte, als koeien en geiten, maar vooral kippen en nog eens kippen. Op de beide dekken, van den boeg tot aan de campagne, welke laatste voor de eerste klasse was gereserveerd, was dikwijls geen plaatsje onbezet; daar aten en dronken en sliepen die menschen, want voor de derde en vierde klasse passagiers waren noch kajuiten, noch hutten aan boord, ze werden in dit klimaat eenvoudig aan dek meegenomen, waar ze tegen zon en regen beveiligd overigens geen beschutting behoefden.