Note 2 — UIT HET DAGBOEK VAN RUDOLF DE WALL1
Reading edition
Ik heb die namen allemaal opgeschreven om ze goed te onthouden voor later. Je hebt b. v. het Leverlaantje,—dat hóór ik nog ’t meest noemen,—het eenige laantje hier, dat bijna geheel vlak is, en waar je niet behoeft te klimmen, zoodat zelfs leverlijders er kunnen wandelen,—je hebt het Meijer- of echo-laantje, den weg naar de Moulijnsbronnen, de wandeling langs „de drie dessa’s,”2 en het Karrenplateau. Je hebt de Doktersvallei, de „dertien watervallen,” het Junghuhn-pad, het Voorhoeve-plateau, de Veths-hoogte. De grootste uitstapjes zijn naar de Zandzee,—den grooten Tĕnggĕr-krater, met zijn drie vulkanen, de Bromo, de Batok, en de Widodaren,—naar den Penandjaän, den hoogsten top van het gebergte naar Soekapoera, door de Zandzee over Ngadisari,—en naar Nongko Djadjar.