Note 1 — Whitooweek, de Kluizenaar.
Cilia Stoffel translation
In ’t voorjaar, als hij een wijfje zoekt, heeft Whitooweek een gewoonte, aan den zoom van het elzenhout waargenomen, genomen, die ons onmiddellijk herinnert aan de grasplevieren1 van de open venen en hooglanden, en aan hun nog schuwer naamgenooten van de eindelooze vlakten op Labrador. Inderdaad, in zijn voorliefde voor afgebrande, eindelooze stukken land, waar hij zich in ’t volle gezicht verbergen kan en ontelbare sprinkhanen en krekels kan vangen, zonder dat hij zich om verandering van voedsel hoeft te bekommeren, en in een weergalooze ongedurigheid en onbevreesdheid voor den mensch, heeft Whitooweek vele punten van overeenkomst met de bijna onbekende plevieren.