← Table of contents
Een Broertje van den Beer

Note 1 — K’dunk, de Dikkerd.

Cilia Stoffel translation

Waarschijnlijk is het dit gebrek aan smaak, dat de verbazingwekkende verscheidenheid van K’dunk’s voedsel verklaart. Het was of alles dat maar op een insect leek in haar kraam te pas kwam. Vliegen, wespen, krekels, rupsen, larven van den mierenleeuw, en alle mogelijke soorten van torren werden allemaal op dezelfde manier behandeld, wat het klappen van haar roode tong en het slikken met de oogen toe betreft. Een stuk of zes jongens en meisjes, die het zonderlinge tamme dier met me bespiedden, raakten ten einde raad iets te vinden dat het niet wou eten. Een jongen, die aan ’t boschbessenplukken geweest was, bracht drie of vier van die nare kevertjes mee, zonder naam bij elk buitenkind bekend, die dezelfde gewoonte als de bunsing hebben, een ondraaglijken stank te verspreiden, wanneer ze lastig gevallen worden, in de meening dat hij iets had gevonden waar ons beestje geen raad mee zou weten; maar K’dunk slokte ze op, alsof ’t een versnapering was om haar eetlust op te wekken. Nog eenander bracht colorado-kevers mee; maar deze waren K’dunk ook welkom. Toen verdween een derde jongen, die de zorg voor een moestuin had, hoofdschuddend, en zei dat hij net iets gevangen had wat geen dier ter wereld zou willen eten. Bij zijn terugkomst had hij een flesch propvol met meloenkevers,1 wel twintig of dertig van die vies ruikende dieren, die hij er uitschudde op den grond en met een stokje aanporde.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings