Note 1 — Inleiding.
Cilia Stoffel translation
Al deze schetsen zijn uit mijn oude opschrijfboekjes genomen, of uit mijn eigen geheugen; en de waarnemingen omvatten een tijdperk van een jaar of dertig—van den tijd af dat ik voor ’t eerst door de bosschen bij huis begon te zwerven met de verbazing en opgetogenheid van een kind, tot mijn laatsten moeilijken tocht, ’s winters in de Canadeesche wildernis. Sommige hoofdstukken, zooals die over de Snip en den Waschbeer, geven de eigenaardigheden van allerlei dieren derzelfde soort; andere, zooals die over den beer en de eidereend uit het volgende deeltje1, geven de scherpzinnigheid van sommige bijzondere dieren weer, die de natuur hoog boven het peil van hun makkers schijnt te hebben verheven; en in een enkel geval—dat van de pad—heb ik, terwille van ’t verhaal, in één dier de gewoonten van een stuk of vier, vijf onzer bescheiden helpers, die ik op verschillende tijden en verschillende plaatsen heb waargenomen, verzameld.