Note 1 — Hoe men ’t bekijkt.
Cilia Stoffel translation
Weinigen kennen den weg naar het huisje in de rotsen, waar het Broertje van den Beer woonde. Het was mijlen ver van eenig ander huis op één na, in het hartje van de groote, stille bosschen. Je moest den grooten weg verlaten, waar deze een koele, donkere vallei indook tusschen de dennen, en een verlaten ouden weg volgen, dien de houthakkers ’s winters gebruikten, en deze leidde je, als je hem ver genoeg volgde, naar een ouden, vervallen watermolen aan nog weer een zijweg, waar de beek den heelen, langen dag babbelde en lachte tegen het vergane rad, en de phoebe1 ongehinderd onder de doorgezakte balken bouwde, en je soms in de schemering een forel kon hooren springen tusschen de schuimbellen. Maar zoo ver ging je niet, als je er achter wou komen waar het Broertje van den Beer woonde.