Note 12 — GEESTELIJKE MAGT.
Reading edition
Vele Maleische woorden komen, sommige in hunnen zuiveren, andere in een verbasterden zin, niet alleen in het Tagaleesch en Bisajaansch, maar ook in andere tongvallen van de Philippijnen voor.12 Zoo heeft men: Langit, hemel; puti, wit; mata, oog; vata, steenen; moera, goedkoop en vele anderen. Slechts weinig veranderd zijn: dita voor lina, taal; babi voor babuy, big; hagin (Tagaleesch) en hangin (Bisajaansch) voor angin, wind; masaguit voor sakit, ziek; patay voor mati (Maleisch); mat, dood; nagcasama, in gezelschap; matacut voor takot, vrees; ulan voor udian, regen; en eenige anderen. Het Maleische woord tuan, dat geacht beteekent en gewoonlijk gebruikt wordt om de gehoorzaamheid en den ootmoed te kennen te geven van den spreker aan den aangesproken persoon, wordt door de Tagalezen meestal in een ironieken zin gebruikt. Ay touan co! Een waarlijk achtenswaardig man! «Tuan mij niet» staat gelijk met: «weg met uw onzin.»