Note 1 — Tweede, herziene druk. Uitgegeven door “De Zonnebloem” te Apeldoorn. 1918.
Reading edition
Deze abele spelen met de daarbij behoorende sotternieën zijn vermoedelijk opgevoerd door rondtrekkende voordragers: sprooksprekers. We kunnen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zeggen, dat we hier te doen hebben met een afzonderlijke ontwikkeling van dramatische kunst, die staat buiten en los van de groote lijnen waarlangs het moderne drama, voortgekomen uit het kerkelijk drama van de Middeleeuwen, zich heeft ontwikkeld. Het is hier, bij een uitgave die geenerlei wetenschappelijk doel beoogt of zoodanige pretentie heeft, niet de plaats, om op deze literair-historische strijdvraag nader in te gaan; de belangstellende lezer zij verwezen, o.m. naar het helder betoog van Dr. J. te Winkel in zijn “Geschiedenis der Nederlandsche Letterkunde” (Deel I, blz. 530–538).1