← Table of contents
Dominica

Note 4 — Dominica.

Reading edition

Labat beweert dat de Caraïben zichzelf in zijn tijd noemden “Banari”, dat is: over de zee gekomenen, en dat zij hetzelfde dialect spraken als de Roodhuiden van Florida.4 Menschenvleesch was niet hun gewoon voedsel, doch op feesten verslonden zij de ledematen hunner machtigste vijanden, die zij vooraf droogden, “boekaneerden”.5 Luchthartig en vroolijk van aard, kon men alles van hen gedaan krijgen in ruil voor vuurwater. Moedig waren zij ook, en behalve dat zij goed met pijl en boog konden omgaan, doodden zij soms, al duikende met een mes in de hand, haaien in de zee. Columbus beschrijft ze als een half beschaafd ras, vriendelijk en gastvrij tegen vreemdelingen, van bruine kleur, mooie gelaatstrekken, die echter vaak misvormd werden door het afplatten van voorhoofd en neus met het doel den achterschedel naar boven te duwen. De meisjes droegen lange haren en waren dol op dansen en op sieraden. Hun woningen waren kleine hutten, “wigwams”, van takken en gras in elkaar gezet; het meubilair bestond uit manden, aarden potten, en huiden om op te liggen. Visch, maïs, wortelen en vruchten dienden hun tot voedsel; hun geloof deed hen offeren aan goden en demonen. Bij de ontdekking van Amerika leefden zij nog in het steentijdperk, en waren hun bijlen, pijlen, enz. van steen gemaakt. Heel veel verandering is er in een en ander nu nog niet te bespeuren.

Explore with AITake your curiosity a little further.

Reading settings