Note 3 — Dominica.
Reading edition
Reeds uit de verte ziet men de door vuur gespleten toppen van hooge bergen3 met forsche lijnen oprijzen uit den blauwsten aller oceanen, waarvan sommige nog rook, andere zwavel uitstooten, of wel warme bronnen of petroleumpoelen bevatten, of een kokend meer omsluiten. Van het centrale gebergte, dat den ruggegraat van Dominica vormt, en twee uitloopers heeft naar het oosten en het westen, stroomen meer dan 360 rivieren en beken naar beneden, vele met een snelheid die heel wat beweegkracht zou kunnen uitoefenen; een dorre streek wordt dan ook nergens aangetroffen. De machtige adem van den noordoostpassaat doet de kruinen der woudreuzen wuiven, hun takken kraken en hun stammen trillen in deze echt West-Indische wildernis. Orkanen zijn er niet zeldzaam; aardbevingen en stormvloeden kwamen er meermalen voor. Ondanks een regenval van 2540–3800 m.M. mag het klimaat, dank zij een gelijkmatige temperatuur en zijn koele nachten, aangenaam heeten; ook de poreuze bodem van vulkanische formatie werkt daartoe mede.