Note 1 — IX. DE HOUTEN ADELBORST KOMT IN ONGELEGENHEID.
C. M. Mensing translation
Zoo kwam het dat Walter, misschien zesmaal in den loop van het jaar, op straat zijn hoed voor Florence afnam, en Florence staan bleef om hem de hand te geven. Jufvrouw Wickam—die hem, met eigenaardige verandering van zijn naam, altijd “de jonge Graves” noemde1—met de geschiedenis hunner kennismaking bekend, was hieraan zoo gewoon, dat zij er volstrekt niet op lette. De jonge jufvrouw Nipper daarentegen verlangde zelfs eenigszins naar zulk eene ontmoeting, dewijl haar jeugdig en gevoelig hart heimelijk door Walter’s voorkomen was ingenomen, en zij tot het geloof overhelde dat het gevoel van dat hart beantwoord werd.